Gedichtenschrijverij

Wat u eerst even moet weten……

In 2005 werkte ik bij de openbare bibliotheek Gouda. En bij afscheid van Frouwkje Zwanenburg als stadsdichter raakte ik betrokken bij de verkiezing van de vierde stadsdichter. Bij stadsdichter vijf kwamen de gedichten van de kandidaten via mijn mailbox de wedstrijd binnen en was ik o.a. belast met de organisatie van de verkiezing. Zo was ik getuige van de benoeming van Jan Graafland en Klara Smeets. Toen de openbare bibliotheek ernstig moest bezuinigen en ik daarnaast mijn eigen bedrijf begon ontstond er een hiaat en bleef Klara noodgedwongen een jaar langer stadsdichter. Samen met Dick Markvoort, Peter Noordhoek, Jan Graafland en Klara Smeets werd een plan gesmeed. De Stichting Stadsdichter Gouda werd opgericht, we ontvingen een startkapitaal via de Graaf Floris V prijs en zo ging het verhaal verder. Later m.b.v. o.a. de gemeente Gouda, Goudapot en de Bezemerstichting. Met in 2014 een heel bijzondere verkiezing van de zesde stadsdichter in een pas geopende Chocoladefabriek en gedichten over Leo Vroman die vlak daarvoor overleden was. En voor het eerst waren bijna alle voorgaande stadsdichters daarbij aanwezig met een gedicht over Leo. Zelf las ik het gedicht voor dat Frouwkje Zwanenburg stuurde omdat ze er zelf niet bij kon zijn. En Inez eerde Tineke, Leo’s vrouw en muze. Omdat het 8 maart was, Internationale Vrouwendag ! Ook bij de verkiezing van Hanneke en Pieter had ik mijn aandeel in de organisatie. Tot ik begin 2019 besloot dat het tijd werd mijn koers te wijzigen en de stichting vaarwel zei, met Peter Noordhoek in mijn kielzog. En toen diende de verkiezing van stadsdichter nummer 10 zich aan en waren wij beiden, Peter en ik, kandidaat.

Ik dicht niet veel, maar wel graag doelgericht en zo ontstond het idee om de lang beloofde annalen in dichtvorm te gieten. Het was een mooie ervaring zelf eens op het podium te staan, maar helaas bleef het bij de voorronde. Maar als je doelgericht dicht is zo’n vers niet voor éénmalig gebruik. En zo las ik het vanmiddag nogmaals voor in de Drukkerswerkplaats bij de presentatie van de bundel: 9 stadsdichters van Gouda gebundeld

Bij deze dus…De annalen van de Goudse stadsdichter.

De annalen van de Goudse stadsdichter.

Met de tiende verkiezing in het vizier, vindt men de geschiedenis alhier.

De annalen van de Goudse stadspoëet voordat men haar, het, hem vergeet.

Die historie geschreven, het verhaal verteld, het gedicht geuit. Daar kwam ik persoonlijk niet langer onderuit.

Het eerste drietal dichters kwam voort uit de Goudse stichting voor letteren “Gheraert Leeu”.In het Vroesenplantsoen vind je het beeld van de Goudse drukker uit de 15e eeuw.

Inez Meter was de eerste, thans Gouds ereburger, in 2003 met haar bundel Gespannen snaren.

Gevolgd door Aart Both in 2004 met op het menu:  biefstuk met karbonade.

In 2005 en 2006 gaan we met Frouwkje Zwanenburg Walsen in Gouda. Zij laat de stad 25 stadsdichterlijke ansichtkaarten na.

Niet aangewezen door de gemeente maar verkozen door jury en publiek dient dichter nummer vier Gouda van repliek. Over de jaren  2007 tot 2009 komen we in de bundel Gewaarzijn, toen Aaf, nu Aaj Gerhardt tegen.

Bij dichter vijf komt de publieksjury in het gedrang. Voortaan kiezen twee jury’s op twee momenten. In het algemeen Gouds belang.

Jan Graafland betrapt met groene vingers Gouda op heterdaad in 2010 en 2011. Of hij van waarde was ? Bepaal het zelf !

Klara Smeets heeft daarna tot 2014 als stadsdichter de kans gehad. In Ode aan alledag belicht zij  Vromansiaans poëtisch onze stad.

Van 2014 tot 2016 wonen er woorden in het hoofd van Ruud Broekhuizen, dichter zeven. In De tweede adem komen zij naar buiten, op naar een tweede leven.

In Stadsberichten van Hanneke Leroux, een voorwoord van Inez Meter. Dus menigeen dacht in 2018: “Wie doet dit nu nog beter ?

Maar toen verscheen Pieter Stroop van Rheenen, nummer negen, met zijn  kompanen Jeffrey en Chris aan het Gouds firmament. Zij brachten gezamenlijk Dichters bij de eenzame doden, een junior Goudse stadsdichter en een stadsdichtersgala, ‘t is ongekend.

Of een Mond vol pijpen hem het zwijgen op zal leggen, na al die ingelijfde woorden, dat valt nog te bezien. Maar wat de toekomst ook brengen moge, na zestien jaar stadsdichters volgt nu poëet nummer tien.                  

 Gouda februari 2020@ Carolyt Koops    










			

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s