Hoe het allemaal begon.

Paviljoentjalk De Drie Gebroeders in Hannemahuis Harlingen

Paviljoentjalk De Drie Gebroeders in Hannemahuis Harlingen

De Drie Gebroeders

Het moet in een herfstvakantie zijn geweest tussen 1975 en 1977, mijn logeerpartij bij tante Janna.

Oudtante Janna ( geboren in 1915) is de ongetrouwde zus van mijn grootmoeder Ytje Antje van de Zee en sinds een paar jaar bewoont ze een maisonnette in Breda, samen met haar Mechelse herder. Voor die tijd heeft zij, op WO II na, haar hele leven in Rotterdam gewoond, de laatste jaren in een hoge flat aan het Zuidplein. Daar woont ze samen met haar twee katten en verdient ze haar brood als lerares aan het LHNO, het Lager Huishoud-en Nijverheidsonderwijs. Daarnaast is ze de lievelingstante van o.a. mijn moeder. “Met tante Janna ging je kamperen, op bezoek bij de oudtante’s Janna en Jiskje van der Zee in Harlingen en reed je de pijpentocht van Rotterdam naar Gouda.”: vertelt mijn moeder.

Natuurlijk gebeurde dat allemaal niet meer toen ik bij haar logeerde. Haar tent had nog dienst gedaan op een seizoensplaats op camping De Tol in Nunspeet, de oudtantes uit Harlingen waren al dood toen ik werd geboren en de originele Friese doorlopers waarop de Pijpentocht werd gereden lagen ergens op een zolder. Mijn moeder had een hernia gehad, waardoor ze niet meer durfde te schaatsen en mijn drie zusjes en ik wilden uiteraard niet op zulke antieke schaatsen gezien worden !

Tante Janna, die de wereld niets achterliet, behalve haar verhalen.

Voor de Tjalk van Carolyt is het goed te weten dat tijdens die vakantie in Breda het eerste zaadje wordt geplant. Daar vertelt tante Janna, aan de keukentafel, het verhaal van de familie van der Zee uit Harlingen en over de reis van het model van de tjalk De Drie Gebroeders. Het model dat door haar toedoen weer terecht kwam in Harlingen, in het @Hannemahuis. Het verhaal van de grootvader van mijn overgrootvader Meindert van der Zee, de bouwer van De Drie Gebroeders uit 1813, en zijn vrouw Janna Doekles Vinjé. Over één van hun zonen, mijn betovergrootvader Doekele en zijn vrouw Ytje Robijn. En het verhaal van de vader van tante Janna, Meindert van der Zee en zijn vrouw Johanna Maria Kluit. Zij zijn mijn overgrootouders aan wie De Drie Gebroeders het te danken heeft van rond 1900 tot 1973 ergens in Rotterdam haar thuishaven te hebben gehad. Tot zover De Drie Gebroeders

De Marian Gouda

Jaren denk ik niet meer aan De Drie Gebroeders, maar zodra het woord Harlingen valt moet ik aan tante Janna, mijn oma, mijn moeder en de familiegeschiedenis denken.
Op 8 februari 2011 ga ik met mijn moeder naar Harlingen om De Drie Gebroeders te bekijken en een bezoek te brengen aan de de Algemene Begraafplaats waar een aantal van onze voorouders begraven liggen. Na het zien van de tjalk slaat mijn fantasie op hol. Die boekenboot, waar ik al lang over droom, kan daar niet De Drie Gebroeders model voor staan ? Geen echte uiteraard. Ik kan niet varen, heb geen zeebenen en bovendien geen geld om een boot te kopen. Maar een fietskar ombouwen tot boot, dat zou moeten lukken ! Ik schaf een fietskar aan en ga aan het zagen en timmeren en ergens in november ben ik te gast bij De Firma van Drie: met een boekenboot waar de mast van is omgewaaid, het stuurboord los hangt en een ruim waar ik slechts in kan komen door het hele dek op te tillen.

Blijkbaar moet ik eerst schipbreuk lijden om in te zien dat er geen scheepsbouwersbloed door mijn aderen vloeit. Een maand of wat ga ik met het wrak van mijn boekenboot voor anker in de schuur, tot mijn aandacht tijdens een bezoek aan Twitter wordt getrokken door Toet Gouda. Het grote avontuur ga ik deels met hem aan door te vragen of hij De Drie Gebroeders na kan bouwen. Het andere deel van het avontuur uit 2012 is dat ik per 1 oktober ontslag neem bij de openbare bibliotheek van Gouda om met mijn nieuwe boekenboot op reis te kunnen. Over dit avontuur kunt u het nodige lezen op het blog van Margaretha Goudana en via het Facebook van Toet Gouda en dat van het Hannemahuis, van waaruit men het bouwproces van de nieuwe tjalk volgt. Zowel voor de scheepsbouwer als voor mij is de bouw van de tjalk een leerproces, dat m.n. door Toet mooi is samengevat op zijn cd: van balk tot tjalk. Als de tjalk bijna klaar is vraag ik aan Toet of hij de naam ToetGouda op de achtersteven wil schilderen i.p.v. De Drie Gebroeders. Als leek weet ik niet dat een scheepsbouwer nooit een schip zijn eigen naam geeft. Dat brengt nl. slechts ongeluk. In de door hem voorgestelde naam de “Marian Gouda” ga ik echter graag in…je lief vernoemen in iets waar je met passie 150 uur energie en tijd in hebt gestoken ! Op Kaarsjesavond 2012 is de #MarianGouda voor het eerst in de vaart, bevestigd boven op de houten deksel van mijn fietskar.

Maar waar Toet Gouda voor vreest wordt bewaarheid; de Marian Gouda is niet bestand tegen de hobbelige vaarwegen in Gouda en haar stugge houten zee. Nadat de gloednieuwe tjalk een aantal keren ter reparatie in Toets loods is aangeboden, geeft hij te kennen dat de garantietermijn ten einde is en moet ik (terecht) op zoek naar een andere manier om met de Tjalk van Carolyt de openbare weg te bevaren. De Marian Gouda krijgt een ereplaats op de kast en mag voortaan alleen nog met de auto vervoerd worden.

Marian Gouda op graf Doekele van der Zee en Ytje Robijn op Algemene Begraafplaats Harlingen

Zo wordt het eind 2013 en heb ik mij neergelegd bij het feit dat ik niet met de Marian Gouda op reis kan, althans niet met de fiets. Een “leermoment” in het traject naar verwezenlijking van mijn oorspronkelijke plan. Weken gaan erover heen voor er langzamerhand een alternatief ontstaat. Een echte “reis” versie van de Marian Gouda, licht om mee te manoevreren, maar toch duidelijk herkenbaar als de Tjalk van Carolyt. Tijdens de Duurzaamheidsmarkt in de St. Janskerk krijg ik letterlijk en figuurlijk de geest. Ik zie Goudse zeildoektassen hangen gemaakt door de goudse zeilmakerij-Hofstede. Ik maak een afspraak met Else en leg vervolgens aan met de Marian Gouda bij haar atelier in de Lethmaetstraat. Else is net zo enthousiast als Toet Gouda, ruim een jaar eerder en opnieuw moet een plan bedacht hoe het “zeilschip” eruit moet gaan zien. Er moeten foto’s gemaakt, die gaan naar een printbedrijf en vervolgens kan Else er de definitieve Tjalk van Carolyt van naaien. Foto’s maken van de Marian Gouda blijkt echter geen sinecure en tijdens deze etappe wordt de hulp ingeroepen van Judith Ivens. Vier uur is ze bezig voor ze de Marian Gouda naar ieders tevredenheid heeft geportretteerd.

Featured Image -- 151

Dan is de beurt aan Else Hofstede en op 14 februari, krijg ik bericht dat de Tjalk van Carolyt zeewaardig is.

2 thoughts on “Hoe het allemaal begon.

  1. Een mooi verhaal carolyt en ik heb er mijn eigen verhaal bij
    Gevaren op binnenvaart schepen in het vooronder tussen de teer en verfblikken.
    Dit was einde jaren 60 op ondermeer het Noord Hollands kanaal
    Gaat het goed Carolyt en met je dochter en weer toekomstig oma ?
    Groeten Kees moerings
    Dit bericht n.a .v open atelierroute en Elsa Hofstede

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s